Drie generaties vakmanschap bij Patisserie Jack Heesen: “Vakmanschap kun je ruiken… eh, proeven!”
De Emma in Brunssum dankt z’n naam aan de voormalige Staatsmijn Emma. Dat was de modernste steenkoolmijn van Nederland. Iedereen die er werkte, werkte in een traditie van kwaliteit, en was daar beretrots op. Er was één nadeeltje: het rook er niet altijd even lekker. Dat is anno 2026 wel even anders. Je vindt op de Emma nog steeds toonaangevende bedrijven, in een traditie van kwaliteit. Maar ze ruiken tegenwoordig véél lekkerder. Wie richting Pijler 49 loopt, ruikt al snel de zoete geur van roomboterkoekjes. En dat is inderdaad andere koek!
Die geur is afkomstig van Patisserie Jack Heesen. Van hieruit vertrekken dagelijks duizenden ambachtelijke patisserieproducten richting horecazaken, groothandels en winkels in heel Nederland én Duitsland. Wie van koekjes houdt, heeft bijna zeker wel eens een koekje van dit familiebedrijf gegeten. Want Patisserie Jack Heesen bestaat al bijna 55 jaar. En is al bijna vier generaties in dezelfde familie.
Het moeilijkste koekje
Hans Heesen is van de tweede generatie. Vanaf zijn 16e werkt hij er en inmiddels runt hij het bedrijf al 43 jaar. Ook zijn zonen Jeroen en Emiel draaien dagelijks mee in de fabriek. Daarmee staat de derde generatie klaar. En zelfs de vierde generatie loopt af en toe al nieuwsgierig rond. “Dan beginnen ze met zakjes in doosjes doen,” zegt Hans. “Zo zijn wij vroeger ook begonnen.”
De vader van Hans, Jack Heesen, begon het bedrijf in 1972, “thuis, in de keuken”. Maandag tot en met donderdag werden de koekjes gebakken. Op vrijdag en zaterdag ging Jack ermee langs de deuren. In de beginjaren maakte hij van alles: spritsen, mopjes en allerlei andere koekjes. Later besloot Jack zich volledig te focussen op één product: het vlinderkoekje. “Dat was eigenlijk het moeilijkste koekje om goed te maken,” vertelt Hans.
Het bleek een gouden zet. Jarenlang lagen de vlinderkoekjes onder verschillende merknamen in Duitse supermarkten. En nog altijd worden ze volgens exact dezelfde werkwijze gemaakt. “Niet het recept is het geheim”, benadrukt Hans. “Het gaat om hoe je het maakt. Hoe je mengt. Welke machine je gebruikt. Dat bepaalt de structuur en smaak.”
Veel handwerk
Sinds 1993 is het bedrijf gevestigd in Brunssum, op het terrein waar vroeger de mijnwagentjes van Staatsmijn Emma rangeerden. De opening van het pand staat Hans nog altijd helder bij. “Mijn vader mocht zelf het lintje doorknippen. Daar was hij echt emotioneel over”. En het is nog steeds een bijzondere plek, zegt hij: “Mijn vader werkte vroeger ondergronds op de Staatsmijn Emma. Dat wij hier nu met het bedrijf boven diezelfde grond zitten, maakt het extra bijzonder.”
Wie de fabriek binnenloopt, ziet niet alleen hoeveel honderden koekjes er per minuut gemaakt worden, maar ook hoeveel handwerk er nog in zit. In de fabriek werken meestal tussen de twintig en vijfentwintig mensen. Je vindt er ook oude machines naast moderne lijnen. Sommige machines zijn meer dan 50 jaar oud. “Daarmee krijg je precies het resultaat dat je zoekt. Alles sneller maken kan, maar het koekje mag niet anders worden.”
Die ene pallet
Toch verandert het vak snel. Machines worden slimmer, processen efficiënter en regelgeving uitgebreider. “Automatiseren is noodzakelijk geworden”, vertellen zonen Emiel en Jeroen. “Je moet wel mee. Anders red je het op termijn gewoon niet meer. Niet alleen vanwege kosten, maar ook vanwege energie en klimaat.”
Die balans is misschien wel de grootste uitdaging: vernieuwen zonder het karakter te verliezen. Hans geeft toe dat loslaten soms lastig is. “Er zijn inmiddels machines die ik zelf niet kan bedienen. De jongere generatie staat daar makkelijker in.” Tegelijkertijd blijft het bedrijf vasthouden aan een onderscheidende kwaliteit. Die kwaliteit zit in de kleinste details. “Niet alleen die ene pallet moet goed zijn. Alles moet goed zijn.”
Misschien is dat precies de kracht van dit familiebedrijf: meebewegen met de tijd, zonder te vergeten waar het allemaal begon. In een keuken, met koekjes. En met een familie die nog altijd gelooft dat je vakmanschap kunt ruiken… eh, proeven.
Hans Heesen (links) met zijn zonen Jeroen (midden) en Emiel.