Dialect? Dat is de taal van het vloeken en het vrijen!
In een blad dat zich Typisch Brunssum durft te noemen, is het natuurlijk een typisch onderwerp: het Brunssums dialect. Of misschien moeten we zeggen: het árme Brunssums dialect. Want het Brunssums dialect is altijd een stiefkindje geweest. Vroeger mochten kinderen het niet spreken: “Als je plat kal, krijg je ze gerete”, kregen ze thuis te horen. En ook vandaag kent het Brunssums dialect maar weinig echte fans…
Maar… er gloort hoop! Want het Limburgs dialect zit in de lift. Ook in Brunssum lopen enthousiaste ambassadeurs rond die zich inzetten voor het dialect. En misschien wel het belangrijkste: het zijn jónge ambassadeurs. Zoals de 19-jarige Finn Heuts.
Nergens zo erg als hier
Finn Heuts werd twee jaar geleden eventjes een regionale beroemdheid. Als 17-jarige schreef hij voor zijn schoolexamen een werkstuk over het Brunssums dialect. En hij schreef niet alleen over het dialect, maar ook in het dialect. Dat leidde tot een heuse mediastorm, met interviews voor L1, De Limburger en andere (social) media.
Die media-aandacht is begrijpelijk. De meeste mensen die zich inzetten voor behoud van het dialect zijn meestal toch wat ouder. Neem de werkgroep Dialect van Heemkundevereniging MijnBrunssum, daar ligt de gemiddelde leeftijd stevig boven de 70. Terwijl Finn zijn werkstuk schreef toen hij pas 17 was. En dat maakt nieuwsgierig…
Finn groeide op in Brunssum. Thuis spraken ze dialect. Dat veranderde toen hij naar de peuterspeelzaal ging. Daar sprak niemand dialect, dus Finn ging ook Nederlands spreken. Vervolgens, zo herinnert hij zich, gingen zijn opa en oma óók Nederlands tegen hem praten. Zo rond zijn derde levensjaar was hij het al verleerd om dialect te spreken. Ook toen hij later naar school ging: “Niemand van mijn klasgenoten sprak dialect”.
Zijn conclusie: “Het Limburgs dialect staat overal onder druk. Maar nergens is dat zo erg als hier, in Parkstad Limburg”.
Plat kalle
Het is een verhaal dat Wiel Roeselers van Heemkundevereniging MijnBrunssum bekend in de oren klinkt. De oorzaak, zegt hij, ligt in het mijnverleden. De lokale dialecten die er 100 jaar geleden waren, werden weggedrukt door de komst van de ‘Hollanders’. Het Nederlands werd de voertaal en het spreken van dialect werd stevig ontmoedigd. Het was slecht voor je taalontwikkeling, het was minderwaardig, volks, ordinair... De betere banen gingen naar mensen die Nederlands spraken. Dus kinderen werden ontmoedigd om ‘plat te kalle’. Of zoals ouders tegen hun kinderen zeiden: “Als je plat kal, krijg je ze gerete”.
Wiel heeft het zelf ervaren: “30 jaar geleden solliciteerde ik intern naar een nieuwe functie binnen het bedrijf waar ik werkte. Ik werd het niet. Reden? Ik was te ‘Limburgs’. Mijn ‘g’ was te zacht”.
Wat er van het dialect is overgebleven na een eeuw onderdrukking? Wiel en Finn zijn eensgezind in hun oordeel: kolen-Hollands. Een mengelmoes van Nederlands en verschillende plaatselijke dialecten. “Eigenlijk is het een soort Nederlands, doorspekt met Limburgse leenwoorden”, zegt Finn.
In november 2023 werd Finn Heuts (toen 17) onderscheiden met het Jeugdlintje van de gemeente Brunssum, vanwege zijn verdiensten voor het Brunssums dialect.
Brunssums dialect?
Dat maakt nieuwsgierig: heeft er ooit een ‘Brunssums dialect’ bestaan? Jazeker, zegt Wiel. “We weten zeker dat 120 jaar geleden mensen in Brunssum geen Nederlands spraken. Maar wat wel? In ieder geval een taal die ook erg sterk door het Duits was beïnvloed. Vroeger trokken Brunssumse gezinnen in de winter naar Duitsland, om daar geld te verdienen in de baksteenindustrie. ‘Brikke bakke’. Dus het is vrijwel zeker dat het Brunssums beïnvloed was door het Rheinisch dialect”.
Wiel benadrukt dat Brunssum altijd onder de invloed heeft gezeten van de grensstreek. Vooral Duits. Maar ook Frans. “Er zijn mensen die zeggen: er is geen typisch Brunssum dialect. Maar het ligt heel genuanceerd. Hier in Brunssum horen we al grote verschillen met het dialect zoals gesproken in Schinveld. Zij zeggen ‘keem’, wij ‘koam’. En wij zeggen ‘kindj’, in Heerlen ‘kink’. Maar voor iemand als Heerlen klinken het Brunssums en het Schinvelds gewoon hetzelfde. Als een soort half-Sittards”.
Limburgs/Fries
Over één ding zijn Wiel en Finn het eens: de waardering voor het dialect is de afgelopen jaren fors toegenomen, ondersteund door nieuwe initiatieven. Zoals 't Hoes veur ’t Limburgs, in 2023 opgericht door de Provincie Limburg. De inspanningen van het ‘Hoes’ zijn gericht op erkenning van het Limburgs als regionale taal. In 2030 moet het Limburgs daarmee dezelfde positie krijgen als het Fries.
Wiel beaamt: “Het dialect wordt beter gewaardeerd. Als je niet-Randstedelijk praat, word je niet meer meteen veroordeeld. Je ziet dus wel meer aandacht, maar tegelijkertijd staat het gebruik nog steeds onder druk”.
Klopt, zegt Finn. Dat was precies het onderwerp van zijn werkstuk van twee jaar geleden: wat moet er gebeuren om te voorkomen dat het Limburgs dialect helemaal uitsterft? Zijn advies: investeer in de allerjongste kinderen – op de leeftijd als ze naar de peuterspeelzaal gaan, want dat zijn de vroegste jaren van de taalvorming. Maak peuterspeelzalen dus tweetalig, want “dáár kun je het verschil maken”.
Als je niks doet, verdwijnt het dialect, is zijn stellige overtuiging. “We zitten nog op een punt dat we het als voertaal kunnen behouden. Nu kan het nog. Maar dan moeten we wel in actie komen”.
Vloeken en vrijen
Finn kent de tegenwerpingen: dat er niet één Limburgs dialect is, maar vele, van Nederweert tot Eijsden. Maar hij gelooft in één Limburgs dialect. “Zo ben ik ook opgevoed. Mijn ouders en grootouders komen uit heel Limburg. Het dialect dat ik spreek, is een mengelmoes. Zo zie ik ook de toekomst van het Limburgs dialect. Een voertaal die iedere Limburger spreekt en verstaat. Er zijn ook mensen die zich vooral inzetten voor behoud van een plaatselijk dialect. Ik denk niet dat dit uiteindelijk houdbaar is”.
Daar sluit Wiel zich bij aan: “Wat is de mooiste taal? Dat is toch de taal die je thuis hebt geleerd. En het kan zijn dat je moeder uit Kerkrade komt en je vader uit Maastricht. Maar dat is dan toch jouw taal, het dialect dat jij spreekt? Want dat is dialect: de taal van het gevoel, de taal waarin je vloekt en vrijt”.
Pssst... wist je dat de Heemkundevereniging MijnBrunssum een eigen werkgroep Dialect heeft. De werkgroep is altijd op zoek naar nieuwe leden die een bijdrage willen leveren aan de instandhouding van het dialect en het bevorderen van het gebruik. Meer weten? Stuur een mail naar dialect@mijnbrunssum.nl.