A’Campo Onderste Hof: al generaties lang op dezelfde grond
Als je in het centrum van Brunssum naar de stadskaart kijkt, zie je de gemeente duidelijk ingekleurd. Maar kijk je richting de Groeneweg, waar onder andere het Clemensdomein ligt, dan lijkt het ineens onduidelijk. Is het Merkelbeek? Of toch Brunssum? Precies op die grens ligt A’Campo Onderste Hof. Een bijzondere hoeve waar al generaties lang wordt gewerkt en geleefd, en waar echte, verse Brunssumse friet vandaan komt.
Sinds 1868 is de boerderij verbonden met de familie A’campo. Inmiddels staat de vijfde en zesde generatie op het erf, maar de geschiedenis van de hoeve zelf gaat nog verder terug. De carréboerderij werd in de zeventiende eeuw gebouwd, waarschijnlijk op oudere middeleeuwse fundamenten. Op de binnenplaats herinneren gevelstenen aan eerdere eigenaren.
Opgegroeid tussen de boeren
Voor Wim A’Campo (72) voelde het boerenleven nooit als een keuze. Hij komt uit een lange lijn van boeren: Norbert, Bernard, Norbert, Lambert, later Wim en nu ook zijn zoon Ben. Wim groeide ermee op. Als kind zat hij al in de zandbak met een speelgoedtractor, gefascineerd door hoe machines werken en hoe gewicht en kracht samenwerken.
Die nieuwsgierigheid bracht hem later naar een studie natuurkunde. Toch kwam er een moment waarop hij moest beslissen: verder in de wetenschap of het familiebedrijf voortzetten. Wim koos voor de boerderij, maar het natuurkundige denken is altijd gebleven.
“Ik wil begrijpen waarom iets werkt en of het beter kan,” zegt hij. Zijn interesse reikt breed. Alles wat met natuurkunde te maken heeft trekt zijn aandacht, net als kosmologie. Wim: “Dat is de wetenschap die de globale structuur en de evolutie van het heelal bestudeert…”
Die manier van kijken zie je nog dagelijks terug in zijn werk: analytisch, praktisch en altijd gericht op verbetering.
De generatie vóór hem
Onder leiding van zijn vader was Onderste Hof nog een gemengd landbouwbedrijf, zoals veel Limburgse boerderijen vroeger waren. Er was vee, fruitteelt en akkerland. Een bedrijfsvoering met uitsluitend veevoer van eigen land en alle mest naar eigen land. Een kringloop.
Het waren ook de jaren waarin boeren sterk verbonden waren met hun omgeving. Melk ging rechtstreeks van de boerderij naar de mensen. Brunssum had zelfs een coöperatieve melkfabriek aan de Julianastraat, waar veel boeren bij aangesloten waren. Later veranderde de sector snel en maakte kleinschaligheid steeds vaker plaats voor specialisatie. Een belangrijke stap voor de familie was het moment waarop de hoeve niet langer werd gepacht, maar eigendom werd. Dat gaf ruimte om te investeren en vooruit te denken. “Als het van jezelf is, bouw je anders aan de toekomst,” zegt Wim.
Van aardappel naar verse friet
In de jaren negentig veranderde er veel, horeca ondernemers kregen te maken met strenge hygiëneregels (HACCP). Aardappelen mochten niet zomaar meer in dezelfde ruimte worden opgeslagen met andere producten. Daardoor werd verse friet snijden voor veel zaken praktisch onhaalbaar. Er moest naar oplossingen worden gezocht.
Voor Wim was dat het moment om verder te kijken. In plaats van uitsluitend aardappelen te leveren, besloot hij ze zelf te verwerken en kant-en-klare verse friet aan te bieden. Met zijn technische inzicht ontwierp hij een geautomatiseerde frietenlijn, grotendeels vanuit eigen ideeën opgebouwd.
De aardappelen worden nog steeds geteeld op de akkers rond Onderste Hof en verwerkt tot verse friet voor cafetaria’s en restaurants in de regio. Al doet Wim het tegenwoordig niet meer allemaal alleen. Voor werkzaamheden op het land wordt samengewerkt met collega-boeren en loonwerkers. Die onderlinge hulp is al generaties lang vanzelfsprekend in de sector. Innovatie zit hier niet in grote woorden, maar in praktische verbeteringen die het werk slimmer maken.
Een hoeve die onderhoud vraagt
De eeuwenoude boerderij is echt een prachtige parel, maar laat hier en daar ook haar leeftijd zien. Sommige delen zijn in de loop der jaren onderkomen geraakt. Voor Wim staat vast dat de hoeve de aandacht verdient.
“Zo’n boerderij moet je goed onderhouden. Er zit te veel geschiedenis in om het te laten versloffen.” Het opknappen gebeurt stap voor stap, met respect voor het monumentale karakter en met het doel om hier ook in de toekomst te kunnen blijven werken. “Alles voor de volgende generatie,” zegt Wim trots. “Net zoals mijn ouders - en hun (voor)ouders - dat ook hebben gedaan.”