Etalage museum: het ontstaan van Brunssum

Een klein museumpje: de etalage van de Heemkunde vereniging. Zij zijn trotse eigenaar van een heuse tijdlijn, te bewonderen in de Kerkstraat. Op deze pagina vind je, als geschiedenisliefhebber, meer en aanvullende informatie over het ontstaan en de levensloop van Brunssum. Veel leesplezier!

foto1

Onze streek was al vroeg bewoond. In de periode tussen 10.000 en 4.000 jaren vóór Christus trokken mensen uit het stroomgebied van de Donau (Hongarije-Oostenrijk) vanuit het oosten naar het westen. De Brunssummerheide was een gunstige vestigingsplaats: een gedeeltelijk open heide, omzoomd door moerassen. Goed overzichtelijk en de moerassen vormden een natuurlijke verdedigingswal. Bronnen op de heide zorgden voor vers en zuiver drinkwater.

Kelten en Gemanen

Rond het jaar 1000 v. Chr. trokken Keltische stammen Zuid-Limburg binnen en zij vormden kleine boeren nederzettingen. Zij werkten met stenen, bronzen en ijzeren gereedschappen. Bij de Heksenberg en op de Douvenberg, op de plek van Staatsmijn Hendrik en nu AJFC Brunssum, is een groot aantal gebruiksvoorwerpen en Keltische urnen en potten gevonden. Ook tijdens de aanleg van de Buitenring worden restanten van graven en graansilo’s uit +/- 700 voor Christus ontdekt.

500 jaar later, rond 200 voor Christus, vestigden zich vanuit het Oosten Germaanse volksstammen in onze regio.  

50 jaar voor Christus

Omstreeks 50 jaar vóór Christus kwamen de Romeinen en vestigden zich in ons land. Zij ontdekten de mogelijkheden van de Brunssumse klei die op meerdere plekken op de Brunssummer Heide gevonden werd. Zij startten hier een keramische industrie die tot in de late middeleeuwen heeft bestaan. De industrie beleefde rond 1200 bij Oeloven langs de Rode Beek een hoogtepunt. Het aardewerk werd verspreid in delen van het Rijnland, Noord-Brabant, Limburg en de Belgische Kempen. Soms zelfs tot ver daarbuiten.

1150

In 1150 wordt voor de eerste keer melding gemaakt in de Annales Rodenses (de annalen van Rolduc) van de kerk van Brunssum: ecclesia de Brunsham. De kerk behoorde tot de parochie van Gangelt en werd door de kapelaans van Gangelt bediend. In de 15e en 16e eeuw was Brunssum een rectoraat onder de vleugels van Gangelt. In 1579 wordt Brunssum tot zelfstandige parochie verheven door de bisschop van Roermond, Lindanus.
Oorspronkelijk is de eerste kerk een zaalkerkje geweest, dat in de loop der eeuwen is uitgebreid met een priesterkoor, zijbeuken en een klokkentoren (1689).

Heerlijkheid Brunssum

In 1558 wordt Brunssum tot heerlijkheid verheven. In 1555 volgt koning Filips II van Spanje zijn vader Karel V op als heer der Nederlanden. Om zijn oorlog met Frankrijk te kunnen betalen, voegt hij gebieden samen tot ‘heerlijkheden’ en die ‘verhuurt’ hij aan leenmannen. Werner Huyn van Amstenrade verkreeg als leenman de heerlijkheid voor 2.260 Hornse guldens. Voor dat geld mocht Werner Huyn zich Heer van Brunssum noemen. Ook werd hem werd de gehele rechtspraak toevertrouwd en hij kreeg het jacht- en visrecht. Op 20 augustus 1609 kocht zijn zoon Arnold Huyn, die ook al de heerlijkheid Amstenrade in bezit had, de heerlijkheid Brunssum definitief. De heerlijkheid Brunssum werd in 1654 samengevoegd met Schinveld, Jabeek, Oirsbeek, Amstenrade, Bingelrade en Merkelbeek tot het graafschap Amstenrade.

Bokkenrijders

Bij de vrede van Utrecht in 1713 komt België en het Land van Valkenburg (waar Brunssum toe behoort) onder het bewind van  Karel VI, keizer van Oostenrijk. In die tijd ontstaat er schrik en onrust onder de bevolking door het brutale optreden van roofbenden: de Bokkerijders. De sociale, economische en politieke situatie was slecht, de bevolking was arm. Een voedingsbodem voor plundertochten door werkloze soldaten, zigeuners en boeren die door brand of plundering alles verloren hadden. Stelend en rovend trokken ze langs dorp en stad. De bevolking was bang. Hoe men ook probeerde bendes te ‘vangen’, het lukte niet. In 1743 kwam men wel de bende op het spoor. Op de pijnbank legde een bendelid een bekentenis af en verraadde zijn compagnons. Bijna alle leden werden in kerkers gevangen gezet. De terechtstellingen en folteringen begonnen: opgehangen, verbrand, onthoofd, geradbraakt of gevierendeeld. Brunssum lag midden in het operatiegebied van de Bokkerijders. In de nacht van 9 op 10 april 1737 ging de pastorie van Brunssum, het Gasthuis in de Grachtstraat, in vlammen op. In de nacht van 28 op 29 mei braken de Bokkerijders in in de kerk van Brunssum. In het begin hadden de bendes het vooral gemunt op kerken en pastorieën. Later kwamen daar afgelegen boerderijen bij.

Ambacht van den eijzeren

In de 18e eeuw ontstond er een bloeiende handel in ijzeren gebruiksvoorwerpen. Het was het zogenaamde ‘ambacht van den eijzeren’. Brunssum was het centrum van de handel en het afzetgebied bestreek grote delen van West-Europa. In de toptijd verschafte het ambacht aan 543 personen werk en werd er in Brunssum jaarlijks 200.000 pond ijzer verwerkt. In 1796 was het ambacht echter nagenoeg verdwenen. Brunssum telde toen 672 inwoners ouder dan twaalf jaar, waaronder 2 smeden en 1 slotenmaker. De bevolking richtte zich toen weer op een  boerenbestaan.

Nieuwe industrie

In het begin van de twintigste eeuw begint ook voor Brunssum een nieuw industrieel tijdperk. Op bescheiden schaal wordt in Zuid-Limburg mijnbouw uitgeoefend. De vraag naar steenkool stijgt en in Zuid-Limburg ontstaat een grootindustrie met 11 mijnzetels, met in Brunssum de staatsmijn Hendrik. Door de exploitatie van die kolenmijn - van 1918 tot 1966 - ontwikkelt de Brunssumse bevolking zich naar een internationale samenstelling. De mijnen brengen ook welvaart en een stormachtige bevolkingsgroei. In de jaren van industriële voorspoed worden verschillende woonwijken gebouwd en ontstaat er een levendig en bloeiend winkelcentrum. Brunssum telt 17.000 inwoners, een explosieve groei.

Oorlog in Brunssum

Op 10 mei 1940 vallen de Duitse troepen Nederland binnen, de bezetting is begonnen. De eerste Duitse soldaten van het 30e infanterie regiment, van de 18e Divisie, trekken via de Prins Hendriklaan en de Dorpstraat Brunssum binnen. Vervolgens gaan ze via Amstenrade en Oirsbeek naar Schinnen-Puth-Sweikhuizen en hierna via Geleen naar Elsloo.

Op 5 oktober 1942, kermismaandag, is er boven Brunssum een hels luchtgevecht. De politie laat meteen de kermis ontruimen. Drie kwartier later schieten de Engelsen zogenaamde lichtparachutes af. Tijdens het ontstane luchtgevecht is er een vurige bol te zien, die over de omgeving vuur spuwde met een hels kabaal: een Engels vliegtuig was ontploft. Brandende vliegtuigonderdelen vielen naar beneden, verspreid over Brunssum. Die nacht werden vier lijken van Engelse vliegers gevonden, waarvan twee bij de Maastrichterstraat. (Later is in verband daarmee een gedenkteken nabij die straat aan de Platanendreef geplaatst.) De volgende morgen werden nog drie verminkte lijken van Engelse vliegers gevonden. Heel wat pamfletten waren boven Brunssum uitgegooid. Daarop stond: Bei jeder bombe denk daran, diesen Krieg fing Hitler an. Kennst du diesen Mann. Er was schade door de neergestorte vliegtuigonderdelen. Zo was b.v. in de Heijligerstraat een propellor met vliegtuigmotor door een dak gevallen en prompt in de W.C.-pot terecht gekomen. Bij een luchtgevecht in juli 1943 vielen er bommen op Brunssum. Aan het Lindeplein brandden twee huizen af waarbij dhr. W. Schrijen omkwam. Bij een ander luchtgevecht werd een jongen, J. Quaedvlieg, in het Kerkeveld (waar toen nog praktisch geen huizen stonden) gedood door een kogel die hem per toeval trof

Op 21 juli 1944 gebeurde er een oorlogsramp. Er vielen bommen op de naaischool aan de Prins Hendriklaan, op enkele panden in de Beekstraat, waaronder de kleuterschool en op het houtterrein van de Staatsmijnen aan de Rimburgerweg. Zeven meisjes van de naaischool stierven, anderen raakten gewond. Ook het zusterklooster, het kleiatelier en het Groene Kruisgebouw aan de Prins Hendriklaan leden schade. De naaischool en de kleuterschool gingen volledig in vlammen op. 

Tijdens de oorlog boden zo’n 500 Brunssumse gezinnen onderdak aan 251 Joodse kinderen uit Amsterdam. Ook Ed van Thijn, minister en burgemeester van Amsterdam, hoorde bij deze kinderen. Zij woonden o.a. in het pompstation bij de Heidestraat en bij het gezin Vermeer aan de Prins Hendriklaan. Alle kinderen overleefden de oorlog. 

De tijd na de mijnsluiting

In 1965 kondigt Joop den Uyl in de Heerlensche schouwburg de sluiting van de mijnen aan. Een ramp voor de regio. 45.000 directe banen en 30.000 indirecte banen verdwenen gingen verloren. Om de gevolgen daarvan voor de lokale economie te compenseren, start een herontwikkelingsprogramma. Daf komt naar Born, Curver opent een fabriek in Brunssum, het ABP vestigt zich in Heerlen en Shell bouwt een raffinaderij bij Urmond. 
Ook biedt de Nederlande overheid de locatie van de Staatsmijn Hendrik in Brunssum aan als nieuwe vestigingsplaats voor de NAVO.
 
Van 1953 tot 1966 bevond het toenmalige hoofdkwartier Allied Forces Central Europe (AFCENT) zich in Fontainebleau. Nadat Frankrijk in 1966 onder de Gaulle terugtrad uit de commandostructuur van de NAVO, moest dit hoofdkwartier uit Frankrijk vertrekken.

Het nieuwe AFCENT-hoofdkwartier (1967-2000) vestigde zich in 1967 in de voormalige staatsmijn Hendrik. Daarnaast werden enkele ondersteunende eenheden gelegerd in de voormalige staatsmijn Emma in Hoensbroek en de Tapijnkazerne in Maastricht. Deze laatste 2 zijn niet meer in gebruik. Hoofdkwartier en commando kwamen destijds onder Duits bevel met als eerste bevelhebber Allied Forces Central Europe (CINCENT) de generaal Johann Adolf Graf von Kielmansegg.

Tijdens de Koude Oorlog fungeerde AFCENT als het hoogste commando voor twee landmachtcommando's en drie luchtmachtstaven in Heidelberg en Ramstein. 
Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie en de veranderde toestand in de wereld werd de NAVO geherstructureerd. AFCENT werd in 2000 werd hernoemd tot Regionaal Hoofdkwartier Allied Forces North Europe (RHQ AFNORTH) met activiteiten in Noord-Europa. 
Wijzigingen in de commandostructuur van de NAVO leidden tot andere benamingen: in 2005 hernoeming tot  Allied Joint Force Command (JFC) Headquarters Brunssum en in 2012 volgde ten slotte de aanpassing tot de huidige naam: Headquarters Allied Joint Force Command (HQ JFC Brunssum).
 

*We hebben onze uiterste best gedaan om de informatie die wij hebben gebruikt te verifieren op waargebeurde feiten. Derhalve kan het toch voorkomen dat er dingen niet (volledig) kloppen. Heb je een foutje gezien of juist een aanvulling op dit artikel? Meld je dan via het contactformulier op deze site*